04.03

ALIMENTATIE-ONDERHOUDSUITKERING

WIE HEEFT ER RECHT OP

Een onderhoudsuitkering of alimentatie is een uitkering voor levensonderhoud aan de ex-echtgenoot of ex-echtgenote of aan de kinderen na een (echt)scheiding.

 

Onderhoudsgeld voor de kinderen


Elke ouder is verplicht bij te dragen tot de onderhouds-, gezondheids-, toezichts-, opvoedings- opleidings- en ontplooiingskosten van zijn kinderen. Om het bedrag van het onderhoudsgeld vast te stellen moet het bedrag worden berekend van de gecumuleerde inkomsten en van de kosten voor het kind.

De inkomsten omvatten de inkomsten van een beroepsactiviteit, van roerende en onroerende goederen, de voordelen en andere middelen die de levensstandaard van de ouders en van de kinderen verzekeren. Op basis van die gegevens kan de verdeling van de gewone en buitengewone kosten op een objectieve manier worden vastgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de bijdragen in natura en de respectievelijke tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt. Het onderhoudsgeld wordt eenmaal per jaar op een vaste datum geïndexeerd, tenzij de rechtbank of de ouders via een overeenkomst beslissen een andere aanpassingsformule te gebruiken.

 

Onderhoudsgeld voor een ex-echtgenoot


De verplichtingen die met het huwelijk samenhangen, blijven bestaan tijdens de scheidingsprocedure. De echtgenoten zijn elkaar nog altijd hulp en bijstand verschuldigd
Om te scheiden met wederzijdse toestemming moeten de echtgenoten het eens zijn op alle vlakken, zo ook over de eventuele storting van onderhoudsgeld. 
Bij een scheiding op grond van onherstelbare ontwrichting kan de economisch zwakke ex-echtgenoot onderhoudsgeld bekomen als hij aantoont dat hij behoeftig is. Behalve in buitengewone omstandigheden mag de duur van de uitkering niet langer zijn dan de duur van het huwelijk. Een ex-echtgenoot die bijvoorbeeld een zware fout heeft begaan of partnergeweld heeft gebruikt die de voortzetting van het samenleven onmogelijk maken, krijgt geen onderhoudsgeld. 

 

Fiscaliteit


Betaalde onderhoudsuitkeringen zijn onder bepaalde voorwaarden ten belope van 80% aftrekbaar van het netto belastbaar inkomen. Ontvangen onderhoudsuitkeringen zijn belastbaar ten belope van 80% van hun bedrag.


Bij een gelijkmatig verdeeld verblijf en een gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag kunnen de fiscale voordelen waartoe gemeenschappelijke niet-geëmancipeerde minderjarige kinderen recht geven onder bepaalde voorwaarden onder de ouders worden verdeeld. Als u voor een kind onderhoudsgeld betaalt en u kiest voor fiscaal co-ouderschap dan kunt u de betaalde uitkering fiscaal niet aftrekken. 

Alimentatievorderingen


Sommige personen hebben het financieel moeilijk omdat diegene die onderhoudsgeld moet betalen dat niet doet. In dat geval kan de Dienst voor alimentatievorderingen onder bepaalde voorwaarden tussenbeide komen om:

  • achterstallen van het onderhoudsgeld alsook het maandelijks onderhoudsgeld te innen en in te vorderen

  • voorschotten toe te kennen op het onderhoudsgeld voor de kinderen 

Wat CompuX detective voor u kan betekenen

CompuX kan onderzoeken wanneer iemand zijn recht op alimentatie verliest of er recht op heeft.
 

Zo kan men zijn recht op alimentatie verliezen indien men een zware fout beging tijdens het huwelijk. De zware fout moet de voortzetting van de samenleving onmogelijk hebben gemaakt.

Bijvoorbeeld overspel is een vaak terugkerende zware fout. 

Daarnaast stelt de wet dat een geweldpleging tegen de andere echtgenoot eveneens een grond tot verlies is van zijn of haar recht op alimentatie.

Finaal is er nog de ‘luiheid’.

Indien de staat van behoefte van de ex-echtgenoot zelf opgewekt is door een stilzitten, niet ingegeven door de noden van de familie en zonder medeweten van de andere echtgenoot, kan men geen aanspraak maken op een onderhoudsuitkering na echtscheiding.

CompuX zal een strategisch plan en een profiel uitwerken op basis van uw geleverde informatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële mogelijkheden die hier aan verbonden zijn. Door een aangepaste strategie en de modernste technieken, blijft alles betaalbaar, zonder dat u rekening moet houden met overbodige lange observaties, zoals andere kantoren wel doen.

Zodra CompuX is gestart met zijn onderzoek, krijgt u op regelmatige tijdstippen feedback van deze bevindingen. Informatie-uitwisseling kan zowel mondeling, WhatsApp of schriftelijk in een gedetailleerd verslag.

 

Eindrapport


Na beëindiging van het volledige onderzoek van CompuX ontvangt u een gedetailleerd eindrapport met inbegrip van alle overtuigingsstukken en bewijsmateriaal.

 

Wenst u meer informatie over de werkwijze van CompuX of u wenst ons in te huren voor een privé-detectiveopdracht, dan kan u ons steeds telefonisch of ons via het contactformulier contacteren.

Wat zegt de wet?

Art. 301.<W 2007-04-27/00, art. 7, 034; Inwerkingtreding : 01-09-2007> § 1. [5 De echtgenoten kunnen op elk ogenblik overeenkomen omtrent de eventuele uitkering tot levensonderhoud, het bedrag ervan en de nadere regels volgens welke het overeengekomen bedrag zal kunnen worden herzien.]5
 

§ 2. Bij gebrek aan overeenkomst zoals bedoeld in § 1, kan de [4 familierechtbank]4 in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of bij een latere beslissing, op verzoek van de behoeftige echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toestaan ten laste van de andere echtgenoot.
De rechtbank kan het verzoek om een uitkering weigeren indien de verweerder bewijst dat verzoeker een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt.
In geen geval wordt de uitkering tot levensonderhoud toegekend aan de echtgenoot die schuldig werd bevonden aan een in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek bedoeld feit dat is gepleegd tegen de persoon van de verweerder of aan een poging tot het plegen van een in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek bedoeld feit tegen diezelfde persoon.
In afwijking van artikel 4 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering kan de rechter in afwachting dat de beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde is getreden, aan de verzoeker een provisionele uitkering toekennen, hierbij rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak. Hij kan het toekennen van deze provisionele uitkering ondergeschikt maken aan het stellen van een waarborg die hij bepaalt en waarvoor hij de nadere regels vaststelt.

 

§ 3. De rechtbank legt het bedrag van de onderhoudsuitkering vast die ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde moet dekken.
De rechtbank houdt rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde. Om die terugval te waarderen, baseert de rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun noden en het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of daarna. De rechter kan indien nodig beslissen dat de uitkering degressief zal zijn en in welke mate.

De onderhoudsuitkering mag niet hoger liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot.
 

§ 4. De duur van de uitkering mag niet langer zijn dan die van het huwelijk.
In geval van buitengewone omstandigheden, kan de rechtbank de termijn verlengen, indien de uitkeringsgerechtigde aantoont dat hij bij het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, om redenen onafhankelijk van zijn wil, nog steeds in staat van behoefte verkeert. In dit geval beantwoordt het bedrag van de uitkering aan het bedrag dat noodzakelijk is om de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde te dekken.

 

§ 5. Indien de verweerder aantoont dat de staat van behoefte van verzoeker het gevolg is van een eenzijdig door deze laatste genomen beslissing en zonder dat de noden van de familie deze keuze gerechtvaardigd hebben, kan hij worden ontheven van het betalen van de uitkering of slechts verplicht worden tot het betalen van een verminderde uitkering.
 

§ 7. [2 Uitgezonderd indien de partijen uitdrukkelijk het tegenovergestelde zijn overeengekomen, kan de rechtbank, op vordering van een van de partijen, de uitkering later verhogen, verminderen of afschaffen, indien, ingevolge nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen, het bedrag ervan niet meer is aangepast.]2
Indien ten gevolge van de ontbinding van het huwelijk, de vereffening en verdeling van het gemeenschappelijk vermogen of van de onverdeeldheid die tussen de echtgenoten bestond, aanleiding geeft tot een wijziging van hun financiële toestand, die een aanpassing rechtvaardigt van de uitkering tot levensonderhoud welke het voorwerp was van een vonnis of overeenkomst, gewezen of gesloten vóór de opmaak van de vereffeningsrekeningen, kan de rechtbank eveneens de uitkering aanpassen, [2 ...]2 .

 

§ 8. De uitkering kan op elk ogenblik worden vervangen door een kapitaal mits een door de rechtbank gehomologeerd akkoord tussen de partijen. Op verzoek van de uitkeringsplichtige, kan de rechtbank eveneens op elk ogenblik de omzetting in een kapitaal toestaan.
 

§ 9. De echtgenoten kunnen voor de ontbinding van het huwelijk geen afstand doen van de rechten op een uitkering tot levensonderhoud.
Zij mogen in de loop van de procedure evenwel tot een vergelijk komen over het bedrag van die uitkering [5 ...]5.

 

§ 10. De uitkering is niet meer verschuldigd bij overlijden van de uitkeringsplichtige, maar de uitkeringsgerechtigde mag levensonderhoud vorderen ten laste van de nalatenschap volgens de in artikel[3 205bis, § 1 en §§ 3 tot 6]3, bepaalde voorwaarden.
De uitkering eindigt in ieder geval definitief in geval van een nieuw huwelijk van de uitkeringsgerechtigde of op het ogenblik waarop deze laatste een verklaring van wettelijke samenwoning doet, tenzij de partijen anders overeenkomen.
De rechter kan de onderhoudsverplichting beëindigen wanneer de uitkeringsgerechtigde samenleeft met een andere persoon als waren zij gehuwd.

 

§ 11. De rechtbank kan beslissen dat in geval de uitkeringsplichtige zijn verplichting tot betaling niet nakomt, het de uitkeringsgerechtigde toegestaan is diens inkomsten of diens goederen die hij overeenkomstig hun huwelijksvermogensstelsel beheert, alsmede alle andere bedragen die hem door derden verschuldigd zijn, in ontvangst te nemen.
Deze beslissing kan worden tegengeworpen aan elke derde, huidige of toekomstige schuldenaar, op grond van de kennisgeving ervan die hen door de griffier gedaan wordt op verzoek van de eiser.

 

 Art. 203.[1 § 1. De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.
 

§ 2. Met middelen wordt onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen.
 

§ 3. De langstlevende echtgenoot is gehouden tot de verplichting gesteld in paragraaf 1 ten aanzien van de kinderen van de vooroverleden echtgenoot van wie hij niet de vader of de moeder is, binnen de grenzen van hetgeen hij heeft verkregen uit de nalatenschap van de vooroverledene en van de voordelen die deze hem mocht hebben verleend bij huwelijkscontract, door schenking of bij testament.]1
[2 Deze verplichting vervalt ten aanzien van het kind dat onwaardig is om van de vooroverleden echtgenoot te erven. De rechter schort zijn uitspraak op tot de beslissing die tot onwaardigheid leidt in kracht van gewijsde is getreden. ]2

(1)<W 2010-03-19/05, art. 2, 048; Inwerkingtreding : 01-08-2010; zie ook art. 17> 
(2)<W 2012-12-10/14, art. 2, 057; Inwerkingtreding : 21-01-2013> 

Art. 203bis.[1 § 1. Elke ouder draagt bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.

 

§ 2. Onverminderd de rechten van het kind, kan elk van de ouders van de andere ouder diens bijdrage vorderen in de kosten voortvloeiende uit artikel 203, § 1.
 

§ 3. De kosten omvatten de gewone kosten en de buitengewone kosten.
De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind.
Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden.

 

§ 4. Op vraag van één van de ouders kan de [3 familierechtbank]3 de partijen verplichten een rekening te openen bij een door de [2 Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten]2 op grond van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen vergunde instelling, die bestemd wordt tot de betaling van de bijdragen vastgesteld op grond van artikel 203, § 1.
In dat geval bepaalt de [3 rechtbank]3 minstens :
1° de bijdrage van elk der ouders in de kosten bedoeld in artikel 203, § 1, alsook de sociale voordelen die aan het kind toekomen die op deze rekening gestort dienen te worden;
2° het maandelijks tijdstip waarop deze bijdragen en sociale voordelen gestort dienen te worden;
3° de wijze waarop over de op deze rekening gestorte sommen kan worden beschikt;
4° de kosten die betaald worden met deze gelden;
5° de organisatie van het toezicht op de uitgaven;
6° de manier waarop tekorten aangevuld zullen worden;
7° de bestemming van de overschotten die op deze rekening gestort worden.
Stortingen van bijdragen gedaan ter uitvoering van dit artikel, worden beschouwd als betalingen van onderhoudsbijdragen in het kader van de in artikel 203, § 1, gedefinieerde onderhoudsverplichting.]1

(1)<W 2010-03-19/05, art. 3, 048; Inwerkingtreding : 01-08-2010; zie ook art. 17> 
(2)<W 2011-03-03/01, art. 331; Inwerkingtreding : 01-04-2011> 
(3)<W 2013-07-30/23, art. 19, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014> 

Art. 203ter.[1 Indien de schuldenaar een van de verplichtingen opgelegd bij de artikelen 203, 203bis, 205, 207, 336 of 353-14, van dit Wetboek of de krachtens artikel 1288, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek of de krachtens een notariële of gehomologeerde overeenkomst tussen partijen aangegane verbintenis niet nakomt, kan de schuldeiser, onverminderd het recht van derden, zich voor de vaststelling van het bedrag van de uitkering en voor de tenuitvoerlegging van het vonnis doen machtigen om, met uitsluiting van voornoemde schuldenaar, onder de voorwaarden en binnen de grenzen door het vonnis gesteld, de inkomsten van deze laatste of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen.

In alle geval staat de [2 familierechtbank]2 de machtiging toe indien de onderhoudsplichtige zich gedurende twee, al dan niet opeenvolgende, termijnen in de loop van twaalf maanden die aan het indienen van het verzoekschrift voorafgaan, geheel of ten dele onttrokken heeft aan zijn verplichting tot betaling van levensonderhoud uitgezonderd ingeval de [2 familierechtbank]2 anders oordeelt, wegens uitzonderlijke omstandigheden eigen aan de zaak.
De rechtspleging en de bevoegdheden van de rechter worden geregeld volgens de artikelen 1253ter tot 1253quinquies van het Gerechtelijk Wetboek.
Het vonnis kan worden tegengeworpen aan alle tegenwoordige of toekomstige derden-schuldenaars, na kennisgeving door de griffier bij gerechtsbrief op verzoek van de eiser.
Wanneer het vonnis ophoudt gevolg te hebben, geeft de griffier daarvan bericht aan de derden-schuldenaars bij gerechtsbrief.
De griffier vermeldt in zijn kennisgeving wat de derdeschuldenaar moet betalen of ophouden te betalen.]1

(1)<W 2010-03-19/05, art. 4, 048; Inwerkingtreding : 01-08-2010; zie ook art. 17> 
(2)<W 2013-07-30/23, art. 20, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014> 

 

§ 2. In het belang van het kind, kan de [2 rechtbank]2 op vraag van één van de partijen beslissen dat de onderhoudsbijdrage van rechtswege verhoogd wordt in de door hem bepaalde omstandigheden.]1

 

bron: https://www.belgium.be/nl/familie/koppel/scheiding/onderhoudsgeld

https://www.ejustice.just.fgov.be

© 2019 -         14.1952.10 - BE 0673.395.180

privacyverklaring

  • LinkedIn Social Icon