04.06

HUISHOUDELIJK GEWELD

LAAT HET GEWELD STOPPEN

Wat is huishoudelijk geweld?

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke, psychische en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging.

Er is altijd sprake van een machtsverschil tussen het slachtoffer en de dader. De daders kiezen meestal de meest kwetsbare personen als slachtoffer. Een ander kenmerk van huiselijk geweld is de omstandigheid dat dader en slachtoffer (waaronder ook minderjarige slachtoffers) desondanks - en soms noodgedwongen – blijvend deel uitmaken van elkaar’s leef- en woonomgeving. Hiermee hangt samen dat huiselijk geweld vaak een stelselmatig karakter heeft en er een verhoogde kans op herhaling is. Geweld in het gezin gaat vaak met andere problematiek gepaard, zoals spanningen tussen echtgenoten, financieel, werkloosheid of verslaving.

De aantasting van de persoonlijke integriteit kan in verschillende vormen ontstaan, van lichamelijk of seksueel, en/of geestelijk geweld. Het geweld kan variëren van een enkele klap, trap of schop met letsel als gevolg tot systematische herhaling en langdurig geweld met een blijvend lichamelijk letsel als gevolg. 

Meestal is de dader een (ex-)partner, gezinslid, familielid of huisvriend. 

De slachtoffers zijn in de meeste gevallen vrouwen en mannen die door hun (ex-)partners worden mishandeld, kinderen die door hun ouders of huisvrienden worden mishandeld of misbruikt.

Maar ook ouders of ouderen die door hun kinderen of verzorgenden worden mishandeld. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld - en niet direct het slachtoffer - worden toch aangemerkt als slachtoffers, omdat alleen al het als kind getuige zijn van vormen van geweld in huis kan leiden tot traumatische gevolgen. 

Wat CompuX voor u kan betekenen?

Het is belangrijk is dat u de eerste stap durft en kan zetten

CompuX zal u vanaf het eerste moment begeleiden en advies verlenen welke stappen u kunt ondernemen. In de eerste plaats zal CompuX luisteren  naar uw wensen en uw noden. 

Wanneer uw situatie dermate bedreigend is, kan CompuX u de nodige doorverwijzingen adviseren en bijstaan. 

CompuX zal een strategisch plan en een profiel uitwerken op basis van uw geleverde informatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële mogelijkheden die hier aan verbonden zijn. Door een aangepaste strategie en de modernste technieken, blijft alles betaalbaar, zonder dat u rekening moet houden met overbodige lange observaties, zoals andere kantoren wel doen.

Zodra CompuX is gestart met zijn onderzoek, krijgt u op regelmatige tijdstippen feedback van deze bevindingen. Informatie-uitwisseling kan zowel mondeling, WhatsApp of schriftelijk in een gedetailleerd verslag.

 

Eindrapport

 

Na beëindiging van het volledige onderzoek van CompuX ontvangt u een gedetailleerd eindrapport met inbegrip van alle overtuigingsstukken en bewijsmateriaal.

 

Wenst u meer informatie over de werkwijze van CompuX of u wenst ons in te huren voor een privé-detectiveopdracht, dan kan u ons steeds telefonisch of ons via het contactformulier contacteren.

Wat zegt de wet?

Burgerlijk Wetboek

Art. 223.[1 Indien een der echtgenoten grovelijk zijn plicht verzuimt, beveelt de familierechtbank, op verzoek van de andere echtgenoot, dringende maatregelen, volgens het bepaalde in de artikelen [2 1253ter/4 tot 1253ter/6]2 van het Gerechtelijk Wetboek.
Hetzelfde geschiedt op verzoek van een der echtgenoten, indien de verstandhouding tussen hen ernstig verstoord is.]1

(1)<W 2013-07-30/23, art. 28, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014> 
(2)<W 2014-05-08/02, art. 41, 066; Inwerkingtreding : 01-09-2014

Art. 1479.[1 Indien de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, beveelt de familierechtbank, op verzoek van één van de partijen, de dringende maatregelen die analoog zijn met die waarin de artikelen 1253ter/5 en 1253ter/6 van het Gerechtelijk Wetboek voorzien.

De rechtbank bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt. Hoe dan ook vervallen die maatregelen op de dag dat de wettelijke samenwoning, zoals bedoeld in artikel 1476, § 2, zesde lid, wordt beëindigd, behalve wanneer deze maatregelen de gemeenschappelijke kinderen van de wettelijk samenwonenden betreffen.
Na de beëindiging van het wettelijk samenwonen en voor zover de vordering binnen drie maanden na die beëindiging is ingesteld, gelast de rechtbank de dringende en voorlopige maatregelen die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. Zij bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die zij oplegt. Die geldigheidsduur mag niet langer dan één jaar bedragen, behalve wanneer deze maatregelen betrekking hebben op de gemeenschappelijke kinderen van de wettelijk samenwonenden.
De rechtbank beschikt overeenkomstig de artikelen 1253ter tot 1253octies van het Gerechtelijk Wetboek.]1

Strafwetboek

Art. 398. Hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot honderd [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachte rade, wordt hij veroordeeld tot gevangenisstraf van een maand tot een jaar en tot geldboete van vijftig [euro] tot tweehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 399. Indien de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot tweehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd [euro] tot vijfhonderd [euro], indien hij met voorbedachten rade heeft gehandeld. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 400.(Zie NOTA 1 onder TITEL) De straf is gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd [euro] tot vijfhonderd [euro], indien de slagen of verwondingen, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [1 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]1, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolg hebben. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De straf is (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachten rade. <W 2003-01-23/42, art. 66, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>

(1)<W 2016-02-05/11, art. 20, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> 

Art. 401. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 67, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Wanneer de slagen of verwondingen opzettelijk worden toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.

Art. 402. Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die bij een ander een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid veroorzaakt door hem, opzettelijk maar zonder het oogmerk om te doden, stoffen toe te dienen die de dood kunnen teweegbrengen, of stoffen die, al zijn zij niet van die aard dat zij de dood teweegbrengen, toch de gezondheid zwaar kunnen schaden. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 403.(Zie NOTA 1 onder TITEL) De straf is (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), wanneer die stoffen hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [1 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]1, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan ten gevolge hebben. <W 2003-01-23/42, art. 68, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>

 

(1)<W 2016-02-05/11, art. 3, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> 

Art. 404. (Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien de stoffen opzettelijk worden toegediend, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar. <W 2003-01-23/42, art. 69, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>

Art. 405. Poging om iemand stoffen als bedoeld in artikel 402 toe te dienen, zonder het oogmerk om te doden, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 409.<W 2000-11-28/35, art. 29, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Hij die eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht uitvoert, vergemakkelijkt of bevordert, met of zonder haar toestemming, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. [1 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die aanzet tot eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht of er, direct of indirect, schriftelijk of mondeling reclame voor maakt of doet maken, uitgeeft, verdeelt of verspreidt.]1

 

§ 2. Indien de verminking uitgevoerd wordt op een minderjarige of met een winstoogmerk, is de straf opsluiting van vijf jaar tot zeven jaar.
 

§ 3. Indien de verminking een ongeneeslijk lijkende ziekte of een [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2 heeft veroorzaakt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
 

§ 4. Wanneer de verminking zonder het oogmerk om te doden, toch de dood ten gevolge heeft, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
 

§ 5. Is de in § 1 bedoelde verminking op een minderjarige of een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, uitgevoerd door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de onbekwame, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, dan wordt het minimum van de bij de §§ 1 tot 4 bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
 

(1)<W 2014-05-05/07, art. 2, 105; Inwerkingtreding : 12-07-2014> 
(2)<W 2016-02-05/11, art. 24, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> 

Art. 410.<W 2000-11-28/35, art. 30, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt tegen zijn vader, moeder of andere bloedverwanten [1 in de rechte opgaande lijn of in de zijlijn tot de vierde graad]1, wordt de minimumstraf bedoeld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
Hetzelfde geldt ingeval de schuldige de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft.
(Bovendien wordt de maximumstraf, in het geval bepaald in artikel 398, eerste lid, verhoogd tot gevangenisstraf van een jaar.) <W 2003-01-28/33, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 22-02-2003>

bron://www.ejustice.just.fgov.be

© 2019 -         14.1952.10 - BE 0673.395.180

privacyverklaring

  • LinkedIn Social Icon