04.07

OUDERENMISBRUIK

ZOWEL THUIS ALS IN EEN RUSTHUIS

Wat is ouderenmisbruik?

Bij ouderenmishandeling denkt u wellicht aan lichamelijke mishandeling. Ouderen kunnen ook mishandeld worden door personen van wie zij in de persoonlijke of professionele sfeer afhankelijk zijn. Er kan ook sprake zijn van psychische mishandeling, van verwaarlozing, financiële uitbuiting, seksueel misbruik en/of schending van hun rechten. Deze verschillende soorten van ouderenmishandeling komen vaak gelijktijdig voor. 

Er zijn vijf soorten mishandeling:

  • Lichamelijk: slaan of hardhandig handelen bij ouderen

  • Psychisch: uitschelden, isoleren of beledigen

  • Verwaarlozing: het niet toedienen van lichamelijke, psychische of de nodige voeding

  • Seksueel misbruik: ongewenste handelingen met of in het bijzijn van ouderen

  • Financieel: misbruik van vertrouwen, diefstal of valsheid in geschrifte

Er kan sprake zijn van opzettelijke mishandeling, maar dit is lang niet altijd het geval. Soms kunnen mensen de zorg voor hun naasten of voor cliënten niet meer aan. Hun gedrag kan dan ontsporen, met bijvoorbeeld (onopzettelijke of onbewuste) mishandeling tot gevolg.

Wat kan CompuX voor u betekenen?

CompuX zal een strategisch plan en een profiel uitwerken op basis van uw geleverde informatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële mogelijkheden die hier aan verbonden zijn. Door een aangepaste strategie en de modernste technieken, blijft alles betaalbaar, zonder dat u rekening moet houden met overbodige lange observaties, zoals andere kantoren wel doen.

Zodra CompuX is gestart met zijn onderzoek, krijgt u op regelmatige tijdstippen feedback van deze bevindingen. Informatie-uitwisseling kan zowel mondeling, WhatsApp of schriftelijk in een gedetailleerd verslag.

 

Eindrapport

 

Na beëindiging van het volledige onderzoek van CompuX ontvangt u een gedetailleerd eindrapport met inbegrip van alle overtuigingsstukken en bewijsmateriaal.

 

Wenst u meer informatie over de werkwijze van CompuX of u wenst ons in te huren voor een privé-detectiveopdracht, dan kan u ons steeds telefonisch of ons via het contactformulier contacteren.

Wat zegt de wet?

Burgerlijk Wetboek

Art. 371. <W 1995-04-13/37, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 03-06-1995> Een kind en zijn ouders zijn op elke leeftijd aan elkaar respect verschuldigd.

Art. 488/1.[1 De meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, kan onder bescherming worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist.
[2 Voor een minderjarige kan vanaf de volle leeftijd van zeventien jaar een verzoek tot plaatsing onder bescherming ingediend worden indien vaststaat dat hij bij zijn meerderjarigheid in de toestand zal verkeren als bedoeld in het eerste lid. De bescherming treedt in werking op het tijdstip waarop de beschermde persoon meerderjarig wordt.]2 ]1

(1)<Ingevoegd bij W 2013-03-17/14, art. 30, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)> 
(2)<W 2014-04-25/23, art. 183, 062; Inwerkingtreding : 01-09-2014> 

Strafwetboek

Art. 193. Valsheid in (geschriften, informatica of in telegrammen), met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft overeenkomstig de volgende artikelen. <W 2000-11-28/34, art. 3, 028; Inwerkingtreding : 13-02-2001>

Art. 196. (Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) worden gestraft de andere personen die in authentieke en openbare geschriften valsheid plegen en alle personen die in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid plegen, <W 2003-01-23/42, art. 49, 040; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
Hetzij door valse handtekeningen,
Hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen,
Hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de akten in te voegen,
Hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen of vast te stellen.


Art. 197. In alle gevallen in deze afdeling vermeld, wordt hij die gebruik maakt van de valse akte of van het valse stuk, gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.

Art. 392. Opzettelijk worden genoemd het doden en het toebrengen van letsel met het oogmerk om een bepaald persoon of een persoon die zal worden aangetroffen of ontmoet, aan te randen, ook al was dit oogmerk afhankelijk van enige omstandigheid of van enige voorwaarde en zelfs al heeft de dader zich vergist omtrent de persoon die het slachtoffer van de aanranding is geworden.

Art. 392bis. <W 31-03-1987, art. 94> Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden met de woorden " vader ", " moeder ", " ouders " en " bloedverwant in opgaande lijn " ook de adoptanten en, in geval van adoptie en volle adoptie, ook de bloedverwanten in de opgaande lijn van de adoptanten bedoeld.

Art. 423.<W 2000-11-28/35, art. 31, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Zij die een minderjarige of een persoon [1 van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was]1, op om het even welke plaats verlaten of doen verlaten, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
 

§ 2. Indien de verlating een ernstige verminking van de in § 1 bedoelde persoon of een ongeneeslijk lijkende ziekte of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot driehonderd [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
 

§ 3. Indien de verlating de dood van de in § 1 bedoelde persoon ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
 

(1)<W 2011-11-26/19, art. 18, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> 

Art. 425.<W 2000-11-28/35, art. 31, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Zij die een minderjarige of [1 een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk of bekend was bij de pleger van de feiten en die]1 niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, opzettelijk voedsel of verzorging onthouden, in dusdanige mate dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
 

§ 2. Indien het onthouden van voedsel of verzorging een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledige verlies van het gebruik van een orgaan of ernstige verminking ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
 

§ 3. Indien het opzettelijk onthouden van voedsel of verzorging, zonder het oogmerk om te doden, toch de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

(1)<W 2011-11-26/19, art. 21, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012>

Art. 426.<W 2000-11-28/35, art. 31, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> § 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen, onverminderd, indien daartoe grond bestaat, de toepassing van strengere strafbepalingen, worden gestraft zij die de bewaring hebben van een minderjarige of van [1 een persoon die kwetsbaar was ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte, dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid en die]1niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, het onderhoud van het kind of van de persoon in dusdanige mate nagelaten hebben dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 433decies.<Ingevoegd bij W 2005-08-10/61, art. 3, 053; Inwerkingtreding : 12-09-2005> Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro wordt gestraft hij die rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik maakt van de [1 de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid]1 door, met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, een roerend goed, een deel ervan, een onroerend goed, een kamer of een andere in artikel 479 bedoelde ruimte, te verkopen, te verhuren of ter beschikking te stellen in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid [2 ...]2. De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

(1)<W 2011-11-26/19, art. 33, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> 
(2)<W 2013-04-29/14, art. 2, 095; Inwerkingtreding : 02-08-2013>  

Art. 442quater.[1 § 1. Eenieder die, terwijl hij kennis had van iemands fysieke of psychische zwakheid die het oordeelsvermogen van de betrokkene ernstig verstoort, bedrieglijk misbruik heeft gemaakt van die zwakheid teneinde hem ertoe te brengen een handeling te verrichten dan wel zich van een handeling te onthouden waarbij zulks diens fysieke of geestelijke integriteit dan wel diens vermogen ernstig aantast, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van deze straffen alleen.
 

§ 2. De straffen zijn gevangenisstraf van een maand tot vier jaar en geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro of een van deze straffen alleen in de volgende gevallen :
1° indien de in § 1 bedoelde handeling of onthouding van een handeling voortvloeit uit een toestand van fysieke of psychische onderwerping door aanwending van zware of herhaalde druk of van specifieke technieken om het oordeelsvermogen te verstoren;
2° indien het in § 1 bedoelde misbruik ten aanzien van een minderjarige is gepleegd;
3° indien de in § 1 bedoelde handeling of onthouding van een handeling hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking tengevolge heeft;
4° indien het in § 1 bedoelde misbruik een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft.

 

§ 3. De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien de handeling van de persoon of zijn onthouding van een handeling zijn dood heeft veroorzaakt.
 

§ 4. Met toepassing van de §§ 1 en 2 kan de rechtbank de veroordeelde gedurende een termijn van vijf jaar tot tien jaar geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de in artikel 31, eerste lid, opgesomde rechten.
 

§ 5. De rechtbank kan bevelen dat het vonnis of een samenvatting ervan op kosten van de veroordeelde in een of meer dagbladen dan wel op ongeacht welke andere wijze wordt bekendgemaakt.]1

(1)<Ingevoegd bij W 2011-11-26/19, art. 36, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> 
(2)<W 2016-02-05/11, art. 20, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> 

Art. 458.Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte (of voor een parlementaire onderzoekscommissie) getuigenis af te leggen en buiten [1 het geval dat de wet, het decreet of de ordonnantie hen verplicht of toelaat]1 die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf [1 van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen]1. <W 1996-06-30/34, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 26-07-1996> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

(1)<W 2017-07-06/24, art. 312, 124; Inwerkingtreding : 03-08-2017> 

Art. 464. De gevangenisstraf is ten minste drie maanden, indien de dief een dienstbode of een loondienaar is, zelfs wanneer hij de diefstal gepleegd heeft ten nadele van andere personen dan die welke hij diende, maar die zich bevonden hetzij in het huis van de meester, hetzij in het huis waar hij hem vergezelde, of indien de dief een werkman, gezel of leerling is, die de diefstal heeft gepleegd in het huis, het werkhuis of het magazijn van zijn meester, of ook indien de dief een persoon is die gewoonlijk arbeid verricht in de woning waar hij gestolen heeft.

Art. 491. Hij die ten nadele van een ander goederen, gelden, koopwaren, biljetten, kwijtingen, geschriften van om het even welke aard, die een verbintenis of een schuldbevrijding inhouden of teweegbrengen en die hem overhandigd zijn onder verplichting om ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, bedrieglijk verduistert of verspilt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 493.(Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die misbruik maakt van de behoeften, de zwakheden, (de hartstochten of de onwetendheid) van een minderjarige [1 of van iedere andere persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was]1 om hem, te zijnen nadele, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen, handelspapieren of enig ander verbindend papier te doen tekenen, in welke vorm deze handeling ook verricht of vermomd mag zijn.) <KB148 18-03-1935, art. 1> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

(1)<W 2011-11-26/19, art. 40, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> 

Art. 496.Hij die, met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, zich gelden, roerende goederen, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen doet afgeven of leveren, hetzij door het gebruik maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot drieduizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
[1 Indien de in het eerste lid bedoelde feiten zijn gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.]1
(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweeduizend [euro].) <W 1993-06-16/35, art. 1, 1°, 009; Inwerkingtreding : 03-08-1993> <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(In de gevallen in de vorige leden omschreven kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.) <W 1993-06-16/35, art. 1, 2°, 009; Inwerkingtreding : 03-08-1993>
 
(1)<W 2011-11-26/19, art. 41, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> 

bron: https://ejustice.just.fgov.be

 

© 2019 -         14.1952.10 - BE 0673.395.180

privacyverklaring

  • LinkedIn Social Icon