05.10

VANDALISME

JALOEZIE OF DOELGERICHT

Wat is vandalisme?

 

Iedereen heeft er al wel eens mee te maken gehad, al dan niet in de onmiddellijke omgeving: afgerukte spiegels, antennes of emblemen, krassen op de wagen, stukgeslagen ruiten, graffiti op gebouwen, bushaltes of treinen, afgerukte bloemen in een voortuintje of een park… Al deze misdrijven vallen onder de noemer vandalisme.

Vandalisme is het moedwillig beschadigen of vernietigen van goederen die eigendom zijn van iemand anders. Voor de daders brengt het in materieel opzicht niets op: ze doen kwaad zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen. Meestal doen de daders het uit verveling, wraak of gewoon om te spelen.

Vandalisme is een misdrijf dat dus ook in het Strafwetboek staat. Wanneer een dader veroordeeld wordt, komt dit misdrijf op zijn strafblad te staan.

Wat kan CompuX voor u betekenen?

U kan CompuX inschakelen voor het plaatsen van verborgen camera's of een aftapping van de plaats delict. Aan de hand van verder onderzoek kan er een profiel uitgewerkt worden en gezocht worden naar de dader(s).

Door een aangepaste strategie en de modernste technieken, blijft alles betaalbaar, zonder dat u rekening moet houden met overbodige kosten. 

Zodra CompuX is gestart met zijn onderzoek, krijgt u op regelmatige tijdstippen feedback van deze bevindingen. Informatie-uitwisseling kan zowel mondeling, WhatsApp of schriftelijk in een gedetailleerd verslag.

Eindrapport

 

Na beëindiging van het volledige onderzoek van CompuX ontvangt u een gedetailleerd eindrapport met inbegrip van alle overtuigingsstukken en bewijsmateriaal. 

 

Wenst u meer informatie over de werkwijze van CompuX of u wenst ons in te huren voor een privé-detectiveopdracht, dan kan u ons steeds telefonisch of ons via het contactformulier contacteren.

Wat zegt de wet?

AFDELING I. - BRANDSTICHTING.

Art. 510. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 07-06-1963, art. 3> Met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar worden gestraft zij die in brand steken : gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, rijtuigen, wagons, vliegtuigen of andere kunstwerken, bouwwerken of motorvoertuigen, indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden. <W 2003-01-23/42, art. 82, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>

Art. 511. <W 07-06-1963, art. 4> Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die in brand steken, hetzij de onroerende eigendommen in artikel 510 vermeld, hetzij schepen, vaartuigen en vliegtuigen, maar buiten de gevallen in dat artikel omschreven, hetzij wouden, bossen, schaarhout of vruchten te velde. <W 2003-01-23/42, art. 82, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
Indien de eigendommen echter uitsluitend toebehoren aan hen die ze hebben in brand gestoken, en de brand met kwaad of bedrieglijk opzet is gesticht, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd [euro] tot duizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 512. <W 07-06-1963, art. 5> Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van honderd [euro] tot duizend [euro] worden gestraft zij die opzettelijk de roerende goederen die aan een ander toebehoren in brand steken, met uitzondering van schepen, vaartuigen en vliegtuigen, en op voorwaarde dat de daad aan anderen ernstig nadeel kan berokkenen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Indien de roerende goederen uitsluitend toebehoren aan hen die ze hebben in brand gestoken en de brand met kwaad of bedrieglijk opzet is gesticht, zijn de straffen zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf en geldboete van zesentwintig [euro] tot tweehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 513. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 83, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Wordt de brand bij nacht gesticht dan worden de bij de artikelen 510 tot 512 bepaalde straffen vervangen als volgt :
opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
de gevangenisstraf en de geldboete, bij artikel 511, tweede lid, en artikel 512, eerst lid, bepaald, door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
de gevangenisstraf en de geldboete, bij artikel 512, tweede lid, bepaald, door gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 514. Wanneer op brandstichting gevangenisstraf gesteld is, wordt de poging tot brandstichting gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 514bis.<W 2007-05-10/35, art. 39, 064; Inwerkingtreding : 09-06-2007> In de gevallen bepaald in de artikelen 510 tot 514 kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, [1 zijn syndicale overtuiging,]1 een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.

(1)<W 2009-12-30/01, art. 115, 074; Inwerkingtreding : 31-12-2009> 

Art. 515. In de gevallen in de vorige artikelen omschreven, kan de schuldige die tot gevangenisstraf veroordeeld wordt, bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...). <W 09-04-1930, art. 32>

Art. 516. Hij die, met het oogmerk om een van de feiten te plegen, omschreven in de artikelen 510, 511 en 512, enige zaak in brand steekt, zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op de zaak die hij wil vernielen, wordt gestraft alsof hij rechtstreeks de laatstbedoelde zaak had in brand gestoken of gepoogd in brand te steken.

Art. 517. Wanneer de brand overslaat van de zaak die de schuldige wilde verbranden, op een andere zaak waarvan de vernieling strafbaar is met een zwaardere straf, wordt deze uitgesproken, indien de twee zaken zodanig geplaatst waren dat de brand noodzakelijk van de ene op de andere moest overslaan.

Art. 518. <W 07-06-1963, art. 7> Wanneer de brand verwondingen heeft veroorzaakt aan een of meer personen en de dader van het feit moest vermoeden dat zij zich in de in brand gestoken plaatsen bevonden op het ogenblik van de misdaad of van het wanbedrijf, wordt de schuldige veroordeeld alsof die verwondingen met voorbedachten rade waren toegebracht en wordt de door de wet hierop gestelde straf toegepast, indien deze zwaarder is dan de straf die wegens brandstichting op hem toepasselijk is.
In het tegenovergestelde geval wordt de laatstbedoelde straf tot twee jaar boven het maximum verhoogd, indien zij in opsluiting (van vijftien jaar tot twintig jaar of gedurende een kortere tijd) bestaat. <W 2003-01-23/42, art. 84, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de (levenslange opsluiting) toegepast. <W 1996-07-10/42, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>

Art. 519. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft het veroorzaken van brand van andermans roerende of onroerende eigendommen, hetzij door ouderdom of gebrek aan herstelling of reiniging van nabijgelegen ovens, schoorstenen, smederijen, huizen of fabrieken, hetzij door het aansteken van vuren op het veld op minder dan honderd meter afstand van huizen, gebouwen, wouden, heiden, bossen, boomgaarden, beplantingen, hagen, mijten, tassen graan, stro, hooi, voeder of van enige andere stapel brandbare stoffen, hetzij door vuur of licht te dragen of te laten staan of vuurwerk aan- of af te steken zonder voldoende voorzorg. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 520. <W 07-06-1963, art. 8> Met de straffen bij de vorige artikelen bepaald, en naar de onderscheidingen aldaar gemaakt, worden gestraft zij die gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, rijtuigen, wagons, vliegtuigen of andere kunstwerken, bouwwerken of motorvoertuigen, door het veroorzaken van een ontploffing, vernielen of pogen te vernielen.

AFDELING II. - VERNIELING VAN BOUWWERKEN, STOOMMACHINES EN TELEGRAAFTOESTELLEN.

Art. 521. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 07-06-1963, art. 9> Hij die buiten de gevallen in de artikelen 510 tot 520 genoemd, door welk middel ook, gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, vliegtuigen of andere kunstwerken of bouwwerken die aan een ander toebehoren, geheel of ten dele vernielt, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar). <W 2003-01-23/42, art. 85, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
Bij onbruikbaarmaking met het oogmerk om te schaden, is de straf vijftien dagen tot drie jaar gevangenis en geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De in het tweede lid bedoelde straf is toepasselijk in geval van gehele of gedeeltelijke vernieling of van onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen.

Art. 522. De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het geval in het vorige artikel omschreven.

Art. 523. <W 07-06-1963, art. 10> Hij die een machine vernielt, die aan een ander toebehoort en bestemd is voor voortbrenging, omzetting of verdeling van drijfkracht of voor het verbruik ervan voor andere dan louter huishoudelijke doeleinden, wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en tot geldboete van vijfhonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Vernieling bestaat zodra de werking van de machine geheel of ten dele verhinderd is, onverschillig of het feit de aandrijvende dan wel de aangedreven toestellen betreft.

Art. 524. (Opgeheven) <W 13-10-1930, art. 31>

Art. 525. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 86, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Wanneer de feiten, in de twee vorige artikelen omschreven, gepleegd worden in vereniging of in bende en met behulp van gewelddaden, feitelijkheden of bedreigingen, worden de schuldigen gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De hoofden en de aanstokers worden veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en tot geldboete van vijfhonderd [euro] tot vijfduizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 525bis.<ingevoegd bij W 2007-05-10/35, art. 40, Inwerkingtreding : 09-06-2007> In de gevallen bepaald in de artikelen 521 tot 525, kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, [1 zijn syndicale overtuiging,]1een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.

(1)<W 2009-12-30/01, art. 116, 074; Inwerkingtreding : 31-12-2009> 

AFDELING III. - VERNIELING OF BESCHADIGING VAN GRAVEN, MONUMENTEN, KUNSTVOORWERPEN, TITELS, BESCHEIDEN OF ANDERE PAPIEREN.

Art. 526. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die vernielt, neerhaalt, verminkt of beschadigt :
Grafsteden, gedenktekens of grafstenen; <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;
Monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.

Art. 527. Hij die registers, minuten of oorspronkelijke akten van het openbaar gezag, titels, biljetten, wisselbrieven, handels- of bankpapieren, die een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhouden of teweegbrengen, op enigerlei wijze kwaadwillig of bedrieglijk vernietigt, wordt gestraft alsof hij die stukken had weggenomen, en naar de onderscheidingen in het eerste hoofdstuk van deze titel gemaakt.

AFDELING IV. - VERNIELING OF BESCHADIGING VAN EETWAREN, KOOPWAREN OF ANDERE ROERENDE EIGENDOMMEN.

Art. 528. Elke vernieling, elke beschadiging van andermans roerende eigendommen, gepleegd met behulp van geweld of bedreiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 529. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 87, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Indien het feit gepleegd wordt in vereniging of in bende, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De hoofden en de aanstokers worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

Art. 530. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 88, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Vernieling of beschadiging van andermans roerende eigendommen, gepleegd met behulp van geweld of bedreiging, in een bewoond huis of in de aanhorigheden ervan en met een van de omstandigheden van artikel 471, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
De straf zal niet minder zijn dan twaalf jaar indien de misdaad in vereniging of in bende gepleegd wordt.
De hoofden en de aanstokers worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.

Art. 531. Indien het geweld of de bedreiging met behulp waarvan de vernieling of de beschadiging wordt gepleegd, een ziekte of een lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 400 ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met de straf onmiddellijk hoger dan die waarmee zij op grond van de twee vorige artikelen zouden worden gestraft.

Art. 532. Doodslag gepleegd om de vernieling of de beschadiging te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, wordt gestraft met (levenslange opsluiting). <W 1996-07-10/42, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>

Art. 532bis.<W 2007-05-10/35, art. 41, 064; Inwerkingtreding : 09-06-2007> In de gevallen bepaald in de artikelen 528 tot 532 kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, [1 zijn syndicale overtuiging,]1 een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.

(1)<W 2009-12-30/01, art. 117, 074; Inwerkingtreding : 31-12-2009> 

Art. 533. Hij die koopwaren of stoffen dienende om verwerkt te worden, kwaadwillig of bedrieglijk vervalst of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De gevangenisstraf is zes maanden tot drie jaar en de geldboete vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro], indien het misdrijf wordt gepleegd door iemand die in de fabriek, het werkhuis of het handelshuis werkzaam is. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 534. Hij die de banden of de hindernissen waarmee een vaartuig, een wagon of een voertuig is vastgelegd, kwaadwillig wegneemt, doorsnijdt of vernielt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.

Afdeling IVbis. - Graffiti en beschadiging van onroerende eigendommen. <ingevoegd bij W 2007-01-25/39, art. 3, Inwerkingtreding : 02-03-2007>

Art. 534bis. <ingevoegd bij W 2007-01-25/39, art. 3, Inwerkingtreding : 02-03-2007> § 1. Met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zonder toestemming graffiti aanbrengt op roerende of onroerende goederen.
§ 2. Het maximum van de gevangenisstraf wordt gebracht op één jaar gevangenisstraf bij herhaling van een in de eerste paragraaf bedoeld misdrijf binnen vijf jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

Art. 534ter. <ingevoegd bij W 2007-01-25/39, art. 3, Inwerkingtreding : 02-03-2007> Met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigt.

Art. 534quater.<ingevoegd bij W 2007-05-10/35, art. 42, Inwerkingtreding : 09-06-2007> In de gevallen bepaald in de artikelen 534bis en 534ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, [1 zijn syndicale overtuiging,]1een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.

 

(1)<W 2009-12-30/01, art. 118, 074; Inwerkingtreding : 31-12-2009> 

AFDELING V. - VERNIELING EN VERWOESTING VAN VELDVRUCHTEN, PLANTEN, BOMEN, ENTEN, GRANEN EN VOEDER, VERNIELING VAN LANDBOUWGEREEDSCHAPPEN.

Art. 535. Met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfhonderd [euro] wordt gestraft hij die vruchten te velde of natuurlijk opgekomen of gepoot plantsoen kwaadwillig afsnijdt of verwoest. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 536. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweehonderd [euro] wordt gestraft hij die kwaadwillig een bezaaide akker verwoest, zaad van dolik of van enig ander schadelijk kruid of gewas op een akker strooit, landbouwgereedschappen, omheiningen voor het vee of wachtershutten stukbreekt of onbruikbaar maakt. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 537. Hij die kwaadwillig een of meer bomen omhakt of zodanig snijdt, verminkt of ontschorst dat zij vergaan, of een of meer enten vernielt, wordt gestraft :
Voor elke boom, met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot honderd [euro]; <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Voor elke ent, met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijftig [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
In geen geval mag de gezamenlijke straf hoger zijn dan drie jaar wat de gevangenisstraf en vijfhonderd [euro] wat de geldboete betreft.

AFDELING VIII. - VERNIELING VAN AFSLUITINGEN, VERPLAATSING OF VERWIJDERING VAN GRENSPALEN EN HOEKBOMEN.

Art. 545. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweehonderd [euro] of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 546. Wanneer de feiten, in het vorige artikel omschreven, gepleegd worden met het oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen, is de straf gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van vijftig [euro] tot tweeduizend [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

AFDELING VIIIbis. [1 - Binnendringen in havengebieden.]1

(1)<Ingevoegd bij W 2016-05-20/04, art. 2, 117; Inwerkingtreding : 12-06-2016> 
   
Art. 546/1. [1 Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder daartoe gemachtigd of toegelaten te zijn, binnenkomt of binnendringt in een havenfaciliteit bedoeld in artikel 5, 6° en 7° van de wet van 5 februari 2007 betreffende de maritieme beveiliging of in een onroerend dan wel roerend goed binnen de grenzen van een haven in de zin van dezelfde wet.]1

(1)<Ingevoegd bij W 2016-05-20/04, art. 3, 117; Inwerkingtreding : 12-06-2016> 
   

Art. 546/2. [1 § 1. Het misdrijf bedoeld in art. 546/1 wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van zesentwintig tot duizend euro of met een van die straffen alleen:
1° ingeval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
2° indien het gepleegd wordt bij nacht;
3° indien het gepleegd wordt door twee of meer personen;
4° indien het gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.
5° indien het gepleegd wordt door middel van geweld of bedreiging;
6° indien kritieke infrastructuur in de zin van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren werd binnengegaan of binnengedrongen.
§ 2. Poging tot het plegen van het in § 1 van dit artikel bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.]1

(1)<Ingevoegd bij W 2016-05-20/04, art. 4, 117; Inwerkingtreding : 12-06-2016> 
   
Art. 546/3. [1 De straffen bepaald in de artikelen 546/1 en 546/2 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten.]1

 

(1)<Ingevoegd bij W 2016-05-20/04, art. 5, 117; Inwerkingtreding : 12-06-2016> 
   
AFDELING IX. - VERNIELING EN SCHADE DOOR OVERSTROMING VEROORZAAKT.

Art. 547. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 2003-01-23/42, art. 89, 041; Inwerkingtreding : 13-03-2003> Met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die kwaadwillig of bedrieglijk de werken van een mijn geheel of ten dele onder water zetten.
Indien de schuldige op grond van de omstandigheden moest vermoeden dat een of meer personen zich op het ogenblik van de overstroming in de mijn bevonden, wordt hij veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar

Art. 548. De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het feit in het vorige artikel omschreven.

Art. 549. Hij die kwaadwillig of bedrieglijk andermans erf onder water zet of er het water op schadelijke wijze op doet lopen, wordt veroordeeld tot geldboete van zesentwintig [euro] tot driehonderd [euro]. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Art. 550. Met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] worden gestraft de eigenaars, de pachters of alle andere personen die molens, fabrieken of vijvers in gebruik hebben en die andermans wegen of eigendommen onder water zetten door het verhogen van hun overlaten boven het peil dat door de bevoegde overheid is bepaald. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Indien uit die feiten enige beschadiging ontstaat, wordt, naast geldboete, gevangenisstraf van acht dagen tot een maand opgelegd.

TITEL IXbis. - Misdrijven tegen de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informaticasystemen en van de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen. <ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 6; Inwerkingtreding : 13-02-2001>

Art. 550bis.<ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 6; Inwerkingtreding : 13-02-2001> § 1. Hij die, terwijl hij weet dat hij daar toe niet gerechtigd is, zich toegang verschaft tot een informaticasysteem of zich daarin handhaaft, wordt gestraft met [1 gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar]1 en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfentwintig duizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Wanneer het misdrijf, bedoeld in het eerste lid, gepleegd wordt met bedrieglijk opzet, [1 bedraagt de gevangenisstraf zes maanden tot drie jaar]1.
§ 2. Hij die, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, zijn toegangsbevoegdheid tot een informaticasysteem overschrijdt, wordt gestraft met [1 gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar]1 en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfentwintigduizend [euro] of met een van die straffen alleen.
§ 3. Hij die zich in een van de gevallen bedoeld in de §§ 1 en 2 bevindt en : <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
1° hetzij de gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van het informaticasysteem op enige manier overneemt;
2° hetzij enig gebruik maakt van een informaticasysteem van een derde of zich bedient van het informaticasysteem om toegang te verkrijgen tot een informaticasysteem van een derde;
3° hetzij enige schade, zelfs onopzettelijk, veroorzaakt aan het informaticasysteem of aan de gegevens die door middel van het informaticasysteem worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen of aan een informaticasysteem van een derde of aan de gegevens die door middel van het laatstgenoemde informaticasysteem worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen;
wordt gestraft met [1 gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar]1 en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijftigduizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 4. Poging tot het plegen van een van de misdrijven, bedoeld in §§ 1 en 2, wordt gestraft met dezelfde straffen.
§ 5. (Hij die, onrechtmatig, enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om die in §§ 1 tot 4 bedoelde misdrijven mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op het gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met één van die straffen alleen.) <W 2006-05-15/46, art. 5, 059; Inwerkingtreding : 22-09-2006>
§ 6. Hij die opdracht geeft of aanzet tot het plegen van een van de misdrijven, bedoeld in §§ 1 tot 5, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd [euro] tot tweehonderdduizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 7 Hij die, terwijl hij weet dat gegevens bekomen zijn door het plegen van een van de misdrijven bedoeld in §§ 1 tot 3, deze gegevens onder zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of er enig gebruik van maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot honderdduizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 8. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 7 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis, 504quater of 550ter.

 

(1)<W 2017-07-06/24, art. 214, 124; Inwerkingtreding : 03-08-2017> 

Art. 550ter.<ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 6; Inwerkingtreding : 13-02-2001> § 1. (Hij die, terwijl hij weet dat hij daartoe niet gerechtigd is, rechtstreeks of onrechtstreeks, gegevens in een informaticasysteem invoert, wijzigt, wist of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfentwintigduizend euro of met één van die straffen alleen.
Wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, bedraagt de gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar.) <W 2006-05-15/46, art. 6, 1°, 059; Inwerkingtreding : 22-09-2006>
[1 Dezelfde straf wordt toegepast wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt tegen een informatiesysteem van een kritieke infrastructuur, zoals bedoeld in artikel 3, 4°, van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren.]1
§ 2. Hij die, ten gevolge van het plegen van een misdrijf bedoeld in § 1, schade berokkent aan gegevens in dit of enig ander informaticasysteem, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijfenzeventigduizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. Hij die, ten gevolge van het plegen van een van de misdrijven bedoeld in § 1, de correcte werking van dit of enig ander informaticasysteem geheel of gedeeltelijk belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig f rank tot honderdduizend [euro] of met een van die straffen alleen. <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 4. (Hij die onrechtmatig enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om de in §§ 1 tot 3 bedoelde misdrijven mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt terwijl hij weet dat deze gegevens aangewend kunnen worden om schade te berokkenen aan gegevens of, geheel of gedeeltelijk, de correcte werking van een informaticasysteem te belemmeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met één van die straffen alleen.) <W 2006-05-15/46, art. 6, 2°, 059; Inwerkingtreding : 22-09-2006>
§ 5. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 4 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis, 504quater of 550bis.
(§ 6. Poging tot het plegen van het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met dezelfde straffen.) <W 2006-05-15/46, art. 6, 3°, 059; Inwerkingtreding : 22-09-2006>

(1)<W 2017-07-06/24, art. 215, 124; Inwerkingtreding : 03-08-2017> 

bron: https://www.belgium.be

https://www.ejustice.just.fgov.be

© 2019 -         14.1952.10 - BE 0673.395.180

privacyverklaring

  • LinkedIn Social Icon